het kweken van malawi cichliden

 

 

 

Kweek

Voor diegenen die geïnteresseerd zijn in het kweken van Malawi cichliden, hier is wat basiskennis:

Alle Malawi cichliden zijn muilbroeders. Er is één uitzondering, Tilapia rendalli, en die zie je niet of nauwelijks in de handel, dat is een substraatlegger. Muilbroeden wil zeggen dat de vrouw (in dit geval dan, bij andere cichliden kan de man dit ook doen), de bevruchte eitjes in de bek uitbroedt tot de jongen groot genoeg zijn om zelfstandig te zwemmen. Het uitbroeden van de eitjes en larven duurt een week of drie, maar dat kan per soort en omstandigheid langer of wat korter zijn. Yellows staan er bv. om bekend dat ze de jongen erg lang vasthouden, tot wel vijf weken. Gedurende het broeden eet het vrouwtje niet of nauwelijks.

Hierboven zie je de volgorde van het paaien; Als het vrouwtje eieren gaat leggen, gaat het mannetje met zijn kop tegen haar rug tikken waardoor het vrouwtje word afgeleid en zich omdraait richting mannetje. Wanneer het vrouwtje zich omdraait ziet zij de “eivlekken” op de anaal- vin van het mannetje zitten. Deze probeert zij, samen met de andere eieren, op te happen. Tijdens deze procedure worden gelijk de eieren bevrucht.


De man komt er niet meer aan te pas na de paring, hoewel sommige mannen schijnbaar - in het Malawi meer - broedende vrouwen in bescherming nemen.

Als het zover is, zal ze de jongen loslaten. Jonge Malawi cichliden zijn zelfstandig als de moeder ze loslaat. Dat wil zeggen dat ze zelf zwemmen, zelf op zoek gaan naar eten en vaak zelf ook als voer gaan dienen. Ook voor de ouders.

Nazorg is heel erg verschillend. In het algemeen doen Mbuna niet veel aan bescherming als de kleintjes "gelost" zijn. De jonkies worden gezien als snack. Utaka zijn daar vaak beter in, en nemen de kleintjes soms nog terug in de bek bij gevaar. De nazorg zal maximaal een week of drie duren.

Wat tips:

Als je een nestje op wilt kweken, vang dan de broedende vrouw na een week of twee uit en zet haar apart. Dat kan in een klein bakje, veel ruimte heeft ze niet nodig. Wel schoon water en zuurstof, dus goede filtering is een must. Ook een schuilplaats moet voorhanden zijn, dat kan een bloempot of stuk PVC pijp zijn. Probeer na een paar dagen een klein beetje voer erin te doen. Als ze niet komt eten, hoef je het verder ook niet te proberen. Het uitvangen moet je voorzichtig doen - door stress kan ze de larfjes te vroeg loslaten. Probeer het zó te doen dat ze altijd onder water blijft, dus beter niet met een netje van de ene in de andere bak overzetten, maar mbv een bakje water.

Laat de jongen na het lossen zolang bij de moeder zitten als mogelijk zonder dat ze ze op gaat vreten. Het uitvangen van de moeder direct na het lossen geeft een verslechterde broedzorg bij de jonkies. Na het weghalen van de moeder bij de kleintjes: beter even apart zetten gedurende een weekje of zo om aan te sterken alvorens ze terug de bak in gaat.

De jongen vreten feitelijk alles al, maar het moet natuurlijk fijn genoeg zijn. Gemalen granulaat, fijngewreven vlokken, cyclops, artemia naupliën, allemaal prima voer. Ook de baby voeders (bv. TetraMin Baby) kan je best geven gedurende de eerste tijd.

Water van de opfokbakken goed schoon houden: ze groeien dan beslist beter. Voor de allerkleinste jonkies is het praktischer om geen substraat (zand) in de bak te doen ivm de hygiëne. Als ze wat groter zijn is het wel prettig als ze wat zand hebben, maar het hoeft niet persé.

Voor Mbuna kan je al prima uit de voeten met een 80cm bakje (naast de bak waar je volwassen vissen inzitten natuurlijk). Handel dan als volgt:

1. Deel de bak in 2 stukken, bv. met een stuk filtermat. Jonge visjes mogen er niet doorheen kunnen.
2. Zet de broedende vrouw in één deel, het andere deel is dan dus leeg.
3. Na het lossen verplaats je de vrouw naar het lege deel om aan te sterken. De kleintjes blijven in het eerste deel.
4. Als de vrouw aangesterkt is en teruggeplaatst, haal je de afscheiding weg (of laten zitten tot de kleintjes wat groter zijn).

Zorg voor een filter waar de kleintjes niet inkunnen (sponsfilter), anders krijg je gemalen vis  Ook belangrijk: goede zuurstofvoorziening, en veel en vaak water verversen (drie x per week 15-20% bv.).

Het Jongbroed:

Het jongbroed laat men opgroeien in de uitzwembak, en het vrouwtje plaats men weer terug in het aquarium, ik doe dit zelf meestal 2 weken na dat ze de jongen heeft los gelaten zodat ze weer wat kan aan sterken.


Om een goeie en snelle groei van de jongen te krijgen geldt ook hier 1x in de week 1/3 deel water verversen. De pas geboren jongen kan men het beste voeren met Cyclops, na enige tijd kan men dit aanvullen met Mysis en Krill. Ook de Garnalenmix zal zeer op prijs worden gesteld door de jongen en zullen hiervan ook zeker sneller van gaan groeien. In elk stadium van de groei zal men jongen tegen komen die misvormingen hebben of waar de kleur af zal wijken, deze zullen verwijderd moeten worden. Want niemand zit te wachten op misvormde en verkleurde vissen. Ook het door kweken van de jongen onderling zal zoveel mogelijk vermeden moeten worden, ik zeg niet dat het niet kan maar na de 4/5 generatie zullen er meer vissen bij zitten die niet meer mooi op kleur komen, en waar veel misvormde vissen tussen zullen zitten

 


Advertentie:

Meld je nu aan!